Loopbaancompetenties

Onderstaande loopbaancompetenties komen aan bod tijdens LOB en andere (mentor)lessen, gericht op het ontwikkelen van vaardigheden om de loopbaan te sturen.

Kwaliteitenreflectie, wie ben ik, wat kan ik: het vermogen om eigen kwaliteiten en talenten (benut als je leert en werkt), te ontdekken en waarderen. Deze reflecties worden verzameld in het persoonlijke en digitale LOB-dossier (portamosana.dedecaan.net).

Motievenreflectie, wat wil ik: het vermogen om eigen wensen en waarden die van sturend belang zijn tijdens leren en werken, te ontdekken en waarderen;

Het draait hier om waar de leerling binnen leven, leren en werk waarde aan hecht of interesse voor heeft. Deze reflecties worden verzameld in het persoonlijke en digitale LOB-dossier (portamosana.dedecaan.net).

opleidings- en werkexploratie: het vermogen om persoonlijke mogelijkheden en uitdagingen in studie en werk te onderzoeken; hierbij gaat de leerling actief onderzoeken welke onderwijsmogelijkheden bij hem passen, om zo de overgang en doorstroom te bevorderen. In de activiteiten die aangeboden worden ontwikkelt de leerling een zo realistisch mogelijk opleidings- en beroepsbeeld. Dit betekent dat de leerling zowel voorlichtende als ervaringsgerichte activiteiten doet, zoals de Maatschappelijke Stage en het  bezoeken van open dagen, beroepsvoorlichtingsavonden, Meet&Greet met studenten van HBO en WO, etc. en hierop reflecteert in het LOB-dossier.

loopbaansturing: het vermogen om initiatief te nemen en in actie te komen om ambities te realiseren; Bij loopbaansturing leert de leerling doelen stellen, kiezen, beslissingen maken, en zelf zijn droom als plan ter hand te nemen. Leren omgaan met veranderingen, tegenslagen en onzekerheid hoort hier ook bij.  Naast LOB-opdrachten in Keuzeweb wordt aan deze competentie tijdens het vak VE aandacht aan besteed vanuit het boek “de zeven eigenschappen die jou succesvol maken” van Sean Covey (4e leerjaar).

netwerken: het vermogen contacten aan te gaan en te onderhouden om ambities te realiseren. Bij netwerken leert de leerling, het belang van, het aangaan en onderhouden van contacten als hulpbronnen bij het succesvol doorlopen van opleidingen en het zoeken van een stageplek of bijbaantje.

 

Door het individuele traject van de LOB-opdrachten in de bovenbouw worden leerlingen betrokken bij hun eigen leerproces door diverse activerende werkvormen (zie het schema hieronder). De leerling is verantwoordelijkheid voor zijn eigen leerproces door, samen met de mentor, te reflecteren op de uitwerking van LOB-opdrachten. De mentor monitort het LOB-proces van de leerling. Dit uit zich in een beoordeling per periode op het rapport.