De vwo brugperiode

Warme overdracht basisschool naar voortgezet onderwijs
Het vwo legt een solide basis voor een brede algemene ontwikkeling als voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs of hoger beroepsonderwijs. Een vwo-leerling heeft een brede interesse, een academische belangstelling, is kritisch, kan zelfstandig leren en plannen en kan grote hoeveelheden stof en complexe vraagstukken aan. Daarnaast heeft hij/zij inzicht, kan verbanden leggen en kan verdieping aan.
Nadat de leerling via de formele weg is aangemeld, volgt er in april een kort kennismakingsgesprek met leerling en ouders.

Belangrijk is het gesprek met de leerkracht van groep 8, waarbij de aangemelde leerling indien nodig uitgebreid wordt besproken. De groep 8 leerkracht legt uit op grond waarvan hij/zij het advies heeft gegeven. Er wordt gekeken naar specifieke leerlingkenmerken en achtergrondinformatie, die van invloed kunnen zijn op een succesvolle schoolloopbaan.

Omgaan met verschillen
Om de overstap van de basisschool naar het vwo goed te laten verlopen, krijgen de leerlingen een uitgebreide introductie om elkaar, de mentor en de school goed te leren kennen. De mentor heeft een cruciale rol in de begeleiding van de vwo-leerling.  In de mentorlessen en bij het vak wetenschappelijke vorming wordt aandacht besteed aan studievaardigheden en sociale vaardigheden. De mentor is de eerste aanspreekpersoon voor leerling en ouders. De mentor monitort het welbevinden van de leerling en volgt de studieresultaten op de voet middels periodieke contacten met de leerlingen, overleg met collega’s in leerlingebesprekingen, oudergesprekken en leerlingvolgsysteem.

De docenten dagen de leerlingen via activerende didactiek en differentiatie uit om dieper in de stof te duiken. Vanaf periode 2 kan elke leerling wekelijks gebruik maken van een keuzewerktijd-uur waarbij ze de mogelijkheid hebben om onder begeleiding van een docent in kleine groepjes te werken aan één van de zaakvakken. Dit kan zowel remediërend als verrijkend zijn.  Na een aantal weken wordt het keukendeurkrukdictee afgenomen. Het doel hiervan is om vroegtijdig spellingsproblematiek op te sporen.

Aangezien talentontwikkeling een belangrijke rol speelt binnen de vwo-afdeling maken de brugklasleerlingen HV de Intelligentie Structuurtest (IST). Als Begaafdheidsprofielschool biedt het PMC aan (hoog)begaafde leerlingen een verrijkingstraject aan. (Hoog)begaafde leerlingen die sociaal-emotioneel minder goed functioneren of motivatie of studieproblemen krijgen, biedt de school een pop-traject aan (= persoonlijk ontwikkelingsplan).

Daarnaast vullen de leerlingen de schoolvragenlijst in (SVL). De leerling geeft daarbij zelf aan hoe hij in de eerste periode sociaal-emotioneel (motivatie, welbevinden, zelfvertrouwen) heeft gefunctioneerd. Deze informatie is belangrijk voor de mentor en op grond daarvan kan indien wenselijk extra begeleiding worden geboden.

Om leerlingen extra uit te dagen kiest de vwo-leerling in de onderbouw uit vijf keuzevakken: Kunstfabriek, Ontwerpen en Onderzoeken, Sport & Lifestyle, Spaans en informatica.

Burgerschapsvorming in een internationale context
Het PMC vindt het belangrijk dat leerlingen over de grenzen leren kijken en volwaardige wereldburgers worden. Bij de moderne vreemde talen is het uitgangspunt doeltaal is voertaal. De leerlingen leren de moderne vreemde talen op een interactieve manier. 

Buiten deze reguliere lessen om kunnen leerlingen op vrijwillige basis kiezen voor versterkt Frans of versterkt Duits. Deze keuzevakken bieden leerlingen de kans aan het eind van leerjaar 3 een officieel erkend Delf of Goethe certificaat te halen. Tevens bestaat vanaf leerjaar 2 de mogelijkheid om het vak Spaans te volgen.

In het kader van de UNESCOschool werken leerlingen aan thema’s als duurzaamheid, kinderrechten en culturele diversiteit. In de brugklas wordt het spel “Een Culturele Reis rond de Wereld “gespeeld in het kader van het project kinderrechten. De leerlingen maken op een leuke  manier kennis met UNESCO en het begrip immaterieel erfgoed.  

In alle lessen wordt aandacht besteed aan Europese en internationale onderwerpen. In het mentoruur maken studie- en sociaal-emotionele vaardigheden deel uit van het curriculum. Er wordt aandacht besteed aan sociaal-emotionele onderwerpen als pesten, hoe gaan we met elkaar om, en het gebruik van social media, maar ook aan studievaardigheden zoals plannen, samenwerken, presenteren en samenvatten.

De leerling in beeld
De mentor en de vakdocenten helpen de leerling om de tweejarige brugperiode tot een succes te maken. In elke periode vinden er verschillende leerlingenbesprekingen plaats en wordt gekeken of er gedurende de periode interventies nodig zijn. Tijdens rapportbesprekingen worden de rapportcijfers besproken. Naast de rapportcijfers geven de resultaten van de hierboven genoemde IST- en SVL-testen een breed beeld van de leerling.

Sommige leerlingen hebben hulp nodig bij hun studieaanpak of hulp op persoonlijk vlak en kunnen indien nodig een faalangstreductietraining volgen.

Voor de onderbouw geldt een tweejarige brugperiode. In deze periode wordt duidelijk welke afdeling het beste bij de leerling past. In principe vindt determinatie plaats aan het einde van het tweede leerjaar. Dan wordt de leerling bevorderd naar 3 vwo of 3 havo. De rapportcijfers, het advies van het docententeam, de resultaten van de meetinstrumenten, het profiel van de vwo-leerling spelen hierbij een belangrijke rol.  
 

Projectonderwijs
Er vinden in leerjaar 1 en 2 verschillende onderwijskundige projecten plaats, waarbij vakken samenwerken en leerlingen de kans wordt geboden een thema middels eigen onderzoek, interviews en excursies uit te diepen. De thema’s maken deel uit van het lesprogramma. Bijvoorbeeld bij het project “De Middeleeuwse Stad” werken de vakken aardrijkskunde, geschiedenis en biologie nauw samen. Tijdens de lessen wordt aandacht besteed aan het leven, ziektes zoals de pest, en het voorzieningenniveau van winkels in de middeleeuwen en nu. Tijdens de projectdagen krijgen de leerlingen opdrachten in de stad en werken deze uit tot een presentatie. Kinderrechten is ander project in de brugklas. In leerjaar 2 wordt gewerkt aan de thema’s: Water en Milieu, Taalstad.

Sport
Sport neemt op het Porta Mosana College een prominente rol in. Naast de reguliere lessen L.O. kunnen leerlingen kiezen voor Sport & Lifestyle, Bewegen, Sport en Maatschappij (BSM) in de bovenbouw en in aanmerking komen voor topsportbegeleiding. In onze visie hebben we beschreven dat we met sport en bewegen leerlingen stimuleren tot levenslang bewegen, hetgeen resulteert in een betere gezondheid en een gunstig effect op de persoonlijke en/of sociale ontwikkeling. Bij Sport & Lifestyle gaat het vooral om de ontwikkeling van een (sport)mentaliteit, houding en instelling. Vaardigheden als samenwerken, organiseren, verantwoordelijkheid dragen en leiding geven komen hierbij aan de orde.

Topsporters hebben faciliteiten, waardoor ze studie en topsport zo goed mogelijk kunnen combineren.